Bij sport is het belangrijk om, voor een training of een wedstrijd, eerst de spieren op te warmen om blessures te voorkomen. Bij het zingen is het net zo belangrijk als bij sport om een Warm-up te doen. De stembanden moeten opgewarmd worden; de stem moet voorbereid worden op het zingen van een lied. Dit heet inzingen. Als je niet ingezongen bent, is het veel moeilijker om een mooi geluid te maken en zuiver te zingen. Je loopt ook het risico dat de stembanden geforceerd worden. Er zullen dan sneller klachten optreden, zoals hees- of schorheid, keelpijn, slijm in de keel, de stem ‘kwijt zijn’ of ernstigere dingen zoals knobbeltjes op de stembanden.

Daarnaast werk je bij het inzingen aan toonzuiverheid, lichaamshouding, ademhaling, ontspanning, articulatie, resonans, innerlijk gehoor, toonovername en aan een grotere beheersing en meer flexibiliteit van de stembanden.

Een goed ingezongen klas heeft minder (tot geen) problemen om zuiver te zingen, goed toonhoogte te houden, maar heeft ook mindere moeite om het juiste tempo van een lied vast te houden. Na het inzingen kunnen ook die lastige hoge noten met gemak gezongen worden.

Hoe ga je te werk

De werkvorm is altijd: jij doet voor, de kinderen doen na.
Bedenk dat je ten allen tijde het juiste voorbeeld geeft (zo de ouderen zongen, piepen de jongen). Het succes van je les hangt hier voor een belangrijk deel van af. Wees echter niet bang om fouten te maken. Als je zelf wat onzeker bent, en aan de kinderen vraagt om op jou te letten of je het goed voordoet, kan dit jou, en ook de kinderen, helpen om meer zelfvertrouwen op te bouwen. Ontdoe jezelf op deze manier van overbodige stress en maak er aldus een win-win situatie van.

Algemeen

Zing altijd de juiste tonen of melodie voor. Schenk veel aandacht aan het zingen (en overnemen) van de juiste begintoon. Maak altijd gebruik ven een referentie: een klankstaaf, blokfluit of enig ander instrument waar je de juiste begintoon van kunt overnemen en voorzingen. Je kunt eventueel ook een kind dat al goed en zuiver kan zingen vragen de juiste begintoon (overgenomen van een instrument) voor te zingen aan de klas. Als je zelf moeite hebt om zuiver te zingen, goed toon te houden of als je een zware (mannen)stem hebt, speel dan de melodie van de inzing-oefeningen mee op een instrument. Bijvoorbeeld op een klokkenspel of xylofoon.

Het is verstandig om bij het opwarmen en inzingen een bepaalde volgorde aan te houden. Neem daarbij de volgende stappen:

1: Het lichaam wakker schudden

  • Je zingt met je hele lichaam. Dus laat de kinderen hun lijf wakker kloppen of wrijven en laat ze wat lichte rek- en strekoefeningen doen.
  • Misschien zijn de kinderen wat gespannen. laat ze eens voorovergebogen hangen en wijs ze er op om gespannen spieren los te laten.
  • Ook het gezicht kun je een beetje wakker laten wrijven of masseren. Laat de kinderen even gapen om eventuele spanning los te laten.

Als je bekend bent met yoga of iets soortgelijks te doen, dan kun je ook daar wat oefeningen of asana’s van gebruiken om de kinderen actiever te krijgen voor het zingen.

Een andere uitstekende manier om het lichaam op te warmen is om een aantal body-sound oefeningen met de kinderen te doen. Ook de lees- en klapoefeningen van de Afdeling Ritmische Vorming in het curriculum van De MuziekAdemie zijn een heel goede inleiding voor het daadwerkelijke inzingen.

De juiste houding
Let op de houding van de kinderen. Kijk of ze goed en losjes rechtop staan. Zijn de knieën los, staan de voeten stevig op de grond, een heupbreedte uit elkaar, en is het kruintje het hoogste punt? Als ze goed staan, kun je door naar de volgende oefening.

2: Buik- of ‘lage’ ademhaling

Doe een ademoefening met de kinderen, bijvoorbeeld uitademen op tss of kss, en laat ze met hun handen op de buik en flanken voelen waar de adem vandaan komt: “Als je inademt, voel dan waar de adem naartoe gaat.” Als ze bijvoorbeeld te hoog ademen, doe de oefening dan nog eens met hun armen zijwaarts gestrekt. Als het goed is, ademen ze nu wel laag en gaan de schouders daarbij niet omhoog.

3: Neuriën of liptrillers

Voordat je voluit met de kinderen gaat inzingen laat je ze een wat zachter geluid maken. Begin in een ligging die ergens in het midden van de liedjes ligt. In de meeste gevallen is dit een f’ of een g’. Neurie of doe een liptriller. Net te veel kracht zetten maar laat ze gewoon zachtjes wat geluiden maken. Ga wat omlaag en daarna wat omhoog en pas op dat ze niet forceren. Het moet gemakkelijk aanvoelen, goed ondersteund door de buikadem.

4: Inzingen

Begin met een oefening waarbij de kinderen maar kleine intervallen zingen, bijvoorbeeld een secunde, terts, kwart of kwint , op verschillende klinkers (aa-ee-ie-oo-oe-uu). Herhaal het oefeningetje eerst terwijl je steeds lager gaat. Ga niet door tot het echt heel laag voor de kinderen is, maar blijf op een comfortabele ligging. Ga dan weer omhoog tot je merkt dat het wat moeilijker voor de kinderen wordt. Dat is even genoeg voor nu.

5: Vervolg

Doe daarna een andere oefening over een groter bereik: bijvoorbeeld een octaaf in drieklanken. Zing weer verschillende klinkers vanuit het midden omlaag en daarna omhoog. Hiermee kan je wat hoger en lager gaan dan bij de vorige oefening. Blijf op erg hoge en lage noten niet lang hangen, maar stip ze even aan. Wissel legato en staccato af.
Als je een oefening langer achter elkaar doet, kun je het ritme aanpassen, bijvoorbeeld door het gepuncteerd te maken. Dan blijven je hersenen ook alert.
Experimenteer ook met volume en met karakter, dus ‘lief’, ‘boos’, ‘dromerig’, ‘vrolijk’, ‘verdrietig’. De kinderen hoeven echt niet braaf nootjes te zingen. Probeer juist ook muzikaal en expressief te werk te gaan. Dat maakt het heel wat leuker en ook veel spannender.
Als je merkt dat de stemmen van de kinderen lekker warm zijn en het allemaal een stuk mooier klinkt zijn ze klaar om een lied te zingen. Zing met hen een lied dat ze goed kennen en leuk vinden. Dit kan een (of meer) lied(jes) zijn uit de vorige les(sen). Na dit vertrouwde begin zijn ze klaar om een nieuw lied te gaan leren en mee aan de slag te gaan.

6: Tenslotte nog wat algemene tips

Als de kinderen een drukke dag hebben gehad laat ze dan eerst even rustig te gaan zitten en tot henzelf komen. Als je ongeconcentreerd bent, is het leren niet zo effectief. Liever 5 minuten geconcentreerd iets oefenen, dan een half uur vol afleiding.
Niet elke fase van bovenstaande inzingsessie hoeft heel lang te duren. Je kunt langer de tijd nemen voor bepaalde aspecten, maar soms merk je dat de kinderen al snel ingezongen zijn.
Als je elke dag met je klas zingt, zijn de stembanden vaak sneller opgewarmd dan als er telkens een paar dagen tussen de muzieklessen zit. De stem herinnert zich eerder wat van hem gevraagd wordt. Ook zijn ze sneller ingezongen als ze die dag al gepraat hebbeb, terwijl je ’s ochtends juist langer de tijd moet nemen.

7: Inzingers

‘Inzingliedjes’ zijn qua tekst en melodie gemakkelijk te leren; na één of twéé keer gehoord te hebben kan bijna iedereen ze meteen nazingen. Een goed voorbeeld is het liedje ‘Deze vuist op deze vuist’, gezongen door Edwin Rutte in het televisieprogramma ‘De film van ome Willem’. Hieronder volgen een aantal beproefde inzingliedjes die aan de vereisten voldoen. De noten hebben de kleuren van de overeenkomstige noten van boomwhackers. Zodoende kun je ze in ook als ‘boomwhackersongs’ gebruiken.

Het moment om adem te halen in een lied (en in een ‘inzinger’) is na een leesteken in de tekst van een lied. Dus na een punt, komma, uitroepteken of vraagteken.

Pakkenkoeken bakken – Een fijne en gemakkelijke éérste inzinger. Begin in de genoteerde toonhoogte (het glissando oktaaf is ad libitum, al naar gelang het niveau van de klas). Herhaal de oefening enige keren en zet steeds een halve toon hoger in. Het bodysound ritme kan dienen als begeleiding (hoogste groepen). Als je de kinderen het glissando laat zingen ga dan met oefening niet te hoog; de hoogste noot van het glissando wordt dan veel te moeilijk om mooi en ontspannen te zingen.

Inzinger: Pannenkoeken bakken

Ma, doe de la toe – een uitstekende articulatie oefening. Zing steeds een halve toon hoger voor; de kinderen zingen je na.

© 2019 Ton Huijsman – all rights reserved

Een simpel melodietje – ook goed te gebruiken tijdens bodysound ritmes.

© 2019 Ton Huijsman

Het do-mi-so lied – het zingen van een grote drieklank. Steeds een halve toon hoger en daarna weer lager tot de genoteerde begintoon weer bereikt is.

© 2019 Ton Huijsman – all rights reserved

Doe-wappa – zing in een swingend tempo. Geef een vingerknip op de 2de en de 4de tel van de maat. Deze inzinger kan eventueel in canon-vorm gezongen. Inzetten: eerste tel van elke volgende maat.

© 2019 Ton Huijsman – all rights reserved

Laat niet als dank – spreekwoorden en gezegden bevatten levenswijsheid en morele waarheden. Je kunt ze in de muziek gebruiken als ritmische spreektekst. Met een zwierige of swingende melodie eraan gekoppeld zijn het prima inzingers. Hieronder een voorbeeld:

© 2019 Ton Huijsman

Ik wens je een heel goede morgen – een leuke inzinger ’s morgens in de klas of op kamp. De lagere klassen zingen het lied éénstemmig; de hogere klassen (vanaf groep 5) kunnen dit lied in canon zingen.

Aanleren: werk van achter naar voren: Zing de laatste regel van het lied (vanaf 4) terwijl je de leerlingen een voor een een hand geeft, bijvoorbeeld bij het binnenkomen van de klas. Stimuleer de kinderen met je mee te zingen, bij wijze van antwoord op jouw begroeting. Laat ze vervolgens dit stukje van het lied steeds herhalen, bij wijze van begeleiding, terwijl jij het hele lied zingt. Na een aantal keren dit herhaald te hebben kun je het hele lied voorzingen. De kinderen hebben de melodie immers al een beetje ‘in de oren’.

© 2019 Ton Huijsman – all rights reserved