Kloosters

afb klooster ter apel
Het klooster bij Ter Apel

Kloosters werden overal in Nederland gebouwd. Ze zagen er bijna allemaal hetzelfde uit. Binnen de dikke muren lag een kloostertuin. Daar verbouwden de monniken allerlei groenten en kruiden. Dit was voornamelijk voor eigen gebruik; de kloosterlingen waren zelfvoorzienend.

Rondom de tuin lagen kloostergangen, deze waren overdekt en zo konden de monniken en nonnen helemaal om de tuin heenlopen. De kerk binnen het klooster was het belangrijkste gebouw. Er was ook een refter, de eetzaal, en er waren kleine cellen waar de monniken of de nonnen sliepen.

Dijken

Onder leiding van de abt of de prior legden monniken dijken, sluizen en waterlopen (sloten) aan. Zo zorgden zij voor een goede waterstaat en verbeterden de landbouw. Tegenwoordig is dit het werk van de waterschappen.

Centra voor kunst, cultuur en wetenschap

In het klooster werd hard gewerkt. Er werden Romeinse boeken door de monniken overgeschreven. Zo bewaarden ze de ideeën en kennis van de Romeinen en van de christenen.

De bladzijden in de boeken werden prachtig versierd. Het waren ware kunstwerken. Veel kunstenaars maakten prachtige schilderijen die in kerken, kapellen en kloosters kwamen te hangen. Componisten schreven religieuze muziek die op belangrijke feestdagen in de kerken werden gespeeld. 

Monnik Benedictus

De Italiaanse monnik Benedictus vond dat nieuwe kloosterlingen drie dingen moesten beloven aan God: armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Hij bedacht nog meer regels, zoals elke dag acht uur bidden, acht uur werken en acht uur rusten. Elke dag in het klooster verliep hetzelfde. De meeste kloosters namen de regels van Benedictus over. Nu nog steeds leven er kloosterlingen volgens zijn regels.

Begrippen

  • Benedictus  - was een monnik die nieuwe regels bedacht voor de mensen die in het klooster leefden (monniken en nonnen). Hij vond dat kloosterlingen hard moesten werken, eten en rusten. Ze moesten ook beloven om arm, kuis en gehoorzaam te zijn.

 

De oorsprong van de monniken in Europa is ongeveer 2000 jaar geleden, de tijd van Jezus Christus. Toen Jezus stierf verspreidde het Christendom zich over Europa en Noord-Afrika.

In het Grieks, een taal die toen heel veel gesproken werd, betekent eenzaam monachosEn daar komt het woord monnik vandaan. In feite betekent het gewoon: eenzaam leven.

Bekijk ook deze filmpjes op de site van SchoolTV:

© 2019 Ton Huijsman - all rights reserved

Karaoke

vervolgcoupletten Het Kloosterleven
coupletten 2 en 3
© 2019 Ton Huijsman - all rights reserved

In de eerste les leren de kinderen alleen het refrein. Een 'muziekslimme' klas zou ook het eerste couplet kunnen leren. Volgende coupletten worden in vervolglessen aangeleerd.

De vertaling van het Oud-Nederlandse 'Hebban olla vogala...' is in het lied zo correct mogelijk weergegeven. Je kunt, ten behoeve van het begrip van de leerlingen, eventueel 'vogelen' veranderen in 'vogeltjes' en 'gemaakt' in 'gebouwd'.

Liedje Hebban olla vogala bij het Klokhuis

 

1. Ritme leren en oefenen

Eerste lessen 'ritmische vorming'

 

2. Processie

De monniken lopen, na het gebed in de kloosterkapel, plechtig in processie naar de eetzaal.

De leerlingen staan in een dubbele rij achter elkaar (2-aan-2 naast elkaar). Iedereen heeft een percussie-instrument in de hand. De leerkracht staat vooraan met een triangel in zijn hand. Op een teken van de leerkracht (tik op de triangel) loopt iedereen (volgens de onderstaande beschrijving) achter de leerkracht aan. De processie gaat links en rechts, als een lange dubbele slang, door de klas tussen de tafels door.

Met audiobestand:

  1. Zet het audiobestand aan. Dit is het teken dat iedereen zijn plaats inneemt in de rij(en).
  2. De processie start na 20 seconden, als de zang begint.
  3. De processie stopt als de muziek (audiobestand) is afgelopen.

Beschrijving:

  • 4 passen lopen (plechtig en eerbiedig schrijdend).
  • 3 tikken op een percussie instrument.
  • De abt van het klooster (de leerkracht) geeft een tik op de triangel.
afb processie monniken en nonnen
Processie van de monniken en de nonnen van de kapel naar de eetzaal

Het getal 7 wordt gezien als een heilig getal dat zich op allerlei manieren in het leven manifesteert (7 dagen in de week, 7 openingen in het hoofd, 7 tonen in de toonladder, 7 kerktoonaarden, 7 denkaspecten, 7 Aartsengelen enz.).

Dit getal is de optelsom van het getal 4 (symbolisch voor stoffelijkheid, aards) en het getal 3 (symbool voor de Heilige Drieëenheid, vader-moeder-kind, Geest-Ziel-Lichaam enz.).

3. Muziek spelen

Begeleiding bij lied 'Het Kloosterleven'.
© 2019 Ton Huijsman - all rights reserved

Karoke van het lied

Oefen drumtracks

Hoe klonk het Nederlands toen?

We kennen de tekst 'Hebban olla vogala', maar hoe klonk het Nederlands in die tijd? Hoe leefden de mensen toen? Bekijk dit filmpje, dan kom je er achter.

Kloosters en muziek

Kloosters spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van de muziek. Gezangenboeken werden gekopieerd. Belangrijke boeken over muziek werden in de bibliotheken bewaard en bestudeerd door de monniken.

Tijdens mis werden geen instrumenten gebruikt. Er werd wel veel gezongen. De menselijke stem werd gezien als iets dat God gemaakt had (want die had immers de mens geschapen). Er was geen plaats voor instrumenten die die mensen waren gemaakt.
Maar om de liederen aan te leren werden soms wel instrumenten gebruikt, zoals het psalterion (een snaarinstrument), het portatief (een klein draagbaar orgeltje) en de fluit.

Gregoriaans

Gregoriaans gezang

Paus Gregorius I De Grote leefde rond het jaar 600. Hij begon allerlei muziek en gezangen, die geschikt waren voor monniken om te zingen, te verzamelen en op orde te brengen in de bibliotheken van de kloosters. In de 9de eeuw werden de Gregoriaanse gezangen een vast onderdeel van de Christelijke kerkdiensten.

Filmpje met Gregoriaanse gezangen

Guido van Arezzo

Ongeveer in het jaar 1000 leefde in een klooster in Italië de benedictijner monnik Guido. Hij werkte aan een manier om muziek op te schrijven en was de bedenker van het notenschrift. Hij ontwierp een notenbalk die het mogelijk maakte om de Gregoriaanse liederen veel sneller te leren. Hij werd door bisschop Theobaldus van Arezzo aangesteld om muzieklessen te gaan geven. Hij is de eerste die les gaf met de noten do re mi fa so en la (de do heette in die tijd nog ut).

Kerktoonladders

Knappe monniken ontwierpen de z.g. kerktoonladders. De oude Griekse toonsoorten waren hiervoor het voorbeeld. Deze toonladders werden de basis van de Gregoriaanse gezangen (behalve de eerste-ionische en de zesde-aeolische ladder). Ze werden toen ook in alle andere muziek gebruikt, ook in de volksmuziek. Ze vormden de basis van alle muziek in de geschiedenis. Tegenwoordig gebruiken we ze nog steeds:

  1. Ionische ladder: onze Westerse majeur toonladder (do-re-mi-fa-so-la-ti-do)*.
  2. Doriche ladder: veel gebruikt in de Rockmuziek (re-mi-fa-so-la-ti-do-re)
  3. Phrigische ladder: in de Spaanse Flamencomuziek (mi-fa-so-la-ti-do-re-mi)
  4. Lydische ladder: een majeur toonladder met een aparte interval (fa-so-la-ti-do-re-mi-fa).
  5. Mixo-Lydische ladder: in de jazz (so-la-ti-do-re-mi-fa-so)
  6. Aeolische ladder: onze Westerse mineur toonladder (la-ti-do-re-mi-fa-so-la)
  7. Locrische ladder: nooit in de praktijk gebruikt, deze toonladder was puur theoretisch om het systeem sluitend te maken (ti-do-re-mi-fa-so-la-ti)

*)= de eerste noot in deze do-re-mi reeksen is de grondtoon van de toonladder.

Download het werkblad voor de leerlingen en voer de opdrachten uit.

Opdracht 3 - Kloosterleven