Bijzonderheid: Het themalied wordt in gedeelten aangeleerd: Eerst de 'jagersroep', vervolgens de coupletten en tenslotte de 'refrein'-gedeelten. Het totaaloverzicht van het lied staat onderaan deze pagina (scroll naar beneden).

Eerste les (30 minuten)

Voorbereiden: Leer het lied en lees de onderstaande lesbeschrijving door
Klaarzetten voor de les: Klokkenspel (of tafelbellen)

  1. Introductie: Open het tabblad 'geschiedenis. Lees en bespreek de tekst met de leerlingen.
  2. Tabblad 'Lied': Zing het lied een keer voor de kinderen. Gebruik het audiobestand ter ondersteuning.
  3. Leer aan de kinderen de jagersroep uit het lied (Lied-Leerfase 1). Dit is een wisselzang met voor- (leerkracht) en nazang (echo-gedeelten door de leerlingen). De laatste 'tutti' wordt door zowel de voorzanger(s) als de nazangers (de rest van de groep) gezongen.
  4. Zing nogmaals het lied (zonder audio). Speel het voorspel (tabblad 'spelen' - Spelen 1) op een klokkenspel als referentie voor de begintoon. De kinderen zingen de 'echo's' bij de jagersroep.
  5. Tabblad 'spelen' - Spelen 2: Leer aan de kinderen de  bodysounds-ritme (regel 1) aan. Dit wordt de 'begeleiding' bij het lied.
  6. Zing het lied. De kinderen begeleiden met de bodysounds en zingen de 'echo's' bij de jagersroep. Speel zelf de voor-, tussen- en eindspel (tabblad spelen: Spelen 1) op een klokkenspel of op tafelbellen.
  7. Leer aan de kinderen het eerste couplet
  8. Tabblad 'Mens en Muziek': Lees en bespreek met de leerlingen de tekst onder de koppen Goden en godsdienst en Muziek.
  9. Afsluiting: Het hele lied wordt nu uitgevoerd met alles wat geleerd is. De leerkracht speelt op het klokkenspel en zingt het lied. De leerlingen zingen de 'echo's' van de jagersroep en het eerste couplet. Als de leerkracht de refreinen zingt spelen de kinderen de bodysounds; als de kinderen het eerste couplet zingen speelt de leerkracht de bodysounds.

Tweede les (20 minuten)

Voorbereiden: Lees de onderstaande lesbeschrijving door.
Klaarzetten voor de les: Claves, woodblocks, trom(men), klokkenspel (of tafelbellen)

  1. Introductie: Zing het lied met de kinderen. Gebruik ter ondersteuning het audiobestand.
  2. Tabblad 'mens en muziek': Lees en bespreek met de leerlingen de tekst onder 'Muziekinstrumenten van de prehistorische mensen'.
  3. Tabblad 'spelen': Oefen (en verbeter) kort de bodysounds (Spelen 2). Deel trommen uit. Deze spelen tegelijk bij de bodysound dij. De rest van de klas speelt de bodysounds. Deel vervolgens de claves uit. Deze spelen tegelijk met de bodysound klap. Deel tenslotte de shakers uit. Houd een set voor jezelf om mee te spelen (deze is het lastigst). Deze spelen tegelijk met de bodysound knip. Voer nu het hele lied uit. Gebruik het audiobestand ter ondersteuning.
  4. Leer aan de kinderen het tweede couplet en het refrein
  5. Afsluiting: Voer het hele lied uit zoals het tot op dit moment geleerd is. De kinderen zingen het hele lied, enkele kinderen zijn de voorzangers. De leerkracht speelt het klokkenspelgedeelte.

 

Derde les (10 minuten)

Voorbereiden: Lees de onderstaande lesbeschrijving door.
Klaarzetten: Claves, woodblocks, trom(men), klokkenspelen (tafelbellen), metallofoons, xylofoons

  1. Introductie: Het lied wordt gezongen (zonder audio of andere begeleiding). Controleer op zuiverheid en expressie en verbeter daar waar nodig is.
  2. Tabblad 'spelen': Oefen met enkele kinderen (ieder kind heeft 2 kloppers) de xylofoonpartij. De rest van de groep speelt de bodysounds.
  3. Voeg de metallofoon-partij toe. Speel een aantal keren de 4 maten. De xylofoons spelen ook mee. De rest van de groep nog steeds de bodysounds.
  4. Deel de trommen, claves en shakers uit aan dezelfde kinderen die het de vorige keer geleerd hebben. Het hele stukje (spelen2) wordt nu 2x uitgevoerd
  5. Afsluiting: Het hele lied wordt nu compleet uitgevoerd met zang, bodysounds en orkest (alle ritmische en melodische slaginstrumenten).

 

Totaaloverzicht van het themalied

Het hele lied
© 2020 Ton Huijsman

De eerste mensen in Nederland leefden van de jacht en van wat ze konden vinden in de natuur. We noemen deze mensen jagers en verzamelaars. Ze gebruikten gereedschappen als bijlen van vuursteen.

Jagers dreven een dier op tot het moe werd. Dat kon wel dagen duren. Ze doodden het dier met pijlen en speren. Alles van het dier werd gebruikt, ook de botten en de huid. Het jagen was werk van mannen, de vrouwen verzamelden bessen, paddenstoelen, wortels en noten.

De rendierjagers waren nomaden, ze trokken rond en woonden in tenten of grotten. Als het voedsel ergens op was, trokken de mensen verder. Het was een hard leven.

Jagers en verzamelaars konden niet schrijven. We weten iets van hun leven dankzij vondsten van archeologen en rotstekeningen.

Lied - leerfase 1

Voor- en nazang (echo)

© 2020 Ton Huijsman

In eerste instantie is de leerkracht de voorzanger en zijn de leerlingen de na-zangers (echo). Wanneer de melodie goed gekend wordt kunnen een of meer kinderen de voorzangers zijn.

Lied - leerfase 2 (coupletten) en 3 (refrein-gedeelten)

Liedgedeelte
© 2020 Ton Huijsman

Spelen 1

Dit stukje gaat aan de 'jagersroep' vooraf

 

Spelen 2

  1. De bodysounds kunnen als een ostinato-begeleiding tijdens het gehele lied gespeeld worden
  2. en 3. vormen de begeleiding tijdens het voor-, tussen- en eindspel & de jagersroep
© 2020 Ton Huijsman

.Oefenbestand xylofoon & Metallofoon

© 2020 Ton Huijsman

Goden en Godsdienst

De Godsdienst van de jagers en verzamelaars was een natuurgodsdienst. Dat was niet zo gek want ze leefden in en van de natuur. Ze riepen goden aan voor een gunstige jacht en om hun stam (en familie en gezin) te beschermen. Ze baden en offerden voedsel in bossen en in grotten.

Muziek

De mensen zongen allerlei liedjes. Tijdens het jagen zongen ze natuurlijk niet; dan zouden ze hun prooidieren alleen maar wegjagen. Maar ze zongen (waarschijnlijk) wel vóór en ná de jacht. Als ze met hun buit terug naar hun tentenkamp liepen zongen ze onderweg. Dat hielp tegen de vermoeidheid tijdens de lange terugweg..

De moeders en oma's zongen slaapliedjes voor de baby's. De mannen en vrouwen zongen feestliedjes als ze wat te vieren hadden. Ze zongen over hoe moedig ze waren geweest. Ze zongen misschien wel ook religieuze liederen voor de goden om een goede jacht af te smeken. De stijl was vaak een 'echolied', zoals de jagersroep in het themalied van deze les.

Muziekinstrumenten van de prehistorische mensen

Bron: Wikimedia Commons - public domain

De mensen in Nederland (en in de rest van Noord-Europa) leidden een zwervend bestaan. Als je geen vaste woonplaats hebt is het niet handig om veel 'overbodig' bezit te hebben. Je hebt dan alleen wat je echt nodig hebt om te leven. Het liefst zo comfortabel mogelijk natuurlijk.

De instrumenten waar ze op speelden waren dan ook heel eenvoudig. Meestal waren het gebruiksvoorwerpen die ze toch al hadden waar ze op speelden. Zoals kookpotten of andere gebruiksvoorwerpen waar ze met stokken of lepels op trommelden. Maar er zijn ook fluiten gevonden die gemaakt waren van schelpen en beenderen van dieren die ze gejaagd hadden. Ook sloegen ze stokken en stenen in een ritme tegen elkaar.

De bogen waar ze mee op jacht gingen konden gebruikt worden als mondboog, zoals op de afbeelding hiernaast. Met de pijl werd op de boogpees getikt waardoor deze als de snaar van een gitaar ging trillen. De mondholte diende als klankkast, waardoor het geluid van de trillende boogpees goed hoorbaar werd.

Ze gebruikten ook hun eigen lichaam als slaginstrument met bodysounds zoals wij dat tegenwoordig nog steeds doen.

Themalied

Sample Description