Sample Description

lied groep 4: het is weer lente
© 2019 Ton Huijsman - all rights reserved

Klokkenspelen

Gebruik klokkenspelen met staafjes met boomwhackerkleuren.

Leer de kinderen, op basis van de gekleurde noten, de maten 1 en 2 ('t is weer lente, de winter is voorbij') en de maten 5 en 6 ('Zie je daar die bloemen, ze maken mij blij').

De noten van maat  5 en 6 zijn dezelfde als die van de maten 1 en 2. Deze stukjes worden gespeeld, de rest van het lied wordt gezongen. Bij een volgende les kan de rest van dit lied op de klokkenspelen geleerd worden.

 

 

 

Ieder dier op z'n tel

In de lente worden er veel nieuwe dieren geboren: lammetjes, kalfjes, kuikentjes, eendjes, hertjes, biggetjes, duifjes, poesjes, hondjes, visjes. Kortom, te veel om op te noemen.

Werkvorm 1: DIERENGELUIDEN

Ieder kind bedenkt een dierengeluid. Daarna moet iedereen een getal kiezen van 1 tot 7. Het gekozen getal hoort bij het bedachte dierengeluid.

De juf of meester telt nu langzaam van 1 t/m 8 en iedereen laat z'n dierengeluid op de juiste tel horen. Sommige tellen zijn misschien leeg en op andere tellen komen er een aantal dierengeluiden tegelijk. Op de 8ste tel tikt de leerkracht op een triangel of schellenraam.

Na het (langzaam) hardop tellen speelt de leerkracht op de trom (7 langzame tikken; op de 8ste tel een triangeltik). Als de kinderen goed op het juiste moment hun dierengeluid laten horen kan geleidelijk aan het tempo opgevoerd worden. Als het tempo van het liedje bereikt is kunnen de dierengeluiden van de kinderen eens samen gaan met de karaoke van het lied (tabblad 'Lied').

Werkvorm 2: BOOMWHACKERS

De kinderen krijgen allemaal een boomwhacker op basis van hun eerder gekozen cijfer. Deel als volgt uit:
1 = (lage) C
2 = D
3 = E
4 = (hoge) C
5 = F
6 = A
7 = G
Zet de kinderen op boomwackertoon (kleur) bij elkaar. Herhaal de vorige werkvorm (1)

Boomwhackers: C D E F G A C

afb speelpartituur
speel en improvisatie partituur
© 2019 Ton Huijsman - all rights reserved

Alle kinderen krijgen een boomwhacker, behalve de 'lage' C en de D. Deze speel je zelf.

Werkwijze:

  1. Wijs om en om de eieren aan. De kinderen spelen roffelend (tremolo) met de op kleur bijpassende boomwhacker. Maak lange tonen.
  2. Probeer nu de melodie van het liedje in lange tonen (roffelend) te laten klinken. Behalve de laatste 2 tonen (D en C) want die speel je straks zelf.
  3. De kinderen geven nu slechts één tik met de overeenkomstige boomwhacker als je een ei aanwijst. Probeer weer het liedje te laten klinken. Nu speel je zelf wél de laatste 2 tonen. Dit alles gaat natuurlijk eerst in een langzaam tempo. Daarna, bij elke keer dat je het liedje laat herhalen, geleidelijk aan steeds sneller.
  4. Ga naar het tabblad van het lied. Laat de kinderen nu met hun boomwhacker de noten spelen die je aanwijst.

Laat enkele 'muziekslimme' kinderen jouw rol van dirigent af en toe eens overnemen bij een of meer van bovenstaande stappen (nadat je eerst zelf het 'boomwhackerlied' geleid hebt).