"Angelien, kom naar beneden," riep mama naar boven. "Het avondeten is klaar!" Joelend roetsjte Angelien de trapleuning af. Haar zwarte heksenjurk wapperde om haar heen. "Oeps, daar gaat mijn hoed", mopperde ze terwijl ze, beneden aangekomen, op beide voeten neerkwam. Ze bukte zich om haar heksenhoed op te rapen. Daarna liep ze naar de woonkamer. Het avondeten was al opgediend en papa, mama en haar grote broer Fred zaten al aan tafel op haar te wachten.

"Wat eten we vanavond, mam?" vroeg Angelien terwijl ze haar heksenhoed aan de leuning van haar stoel hing. "Sperzieboontjes met blokjes fetta-kaas, aardappelen met appelmoes en een balletje gehakt", zei mama. "Echt heksenvoer," grapte Fred. "Dat is een spekkie voor je bekkie". "Niet zo flauw doen Fred," zei mama. "Jullie vinden dit allemaal maar knap lekker. Dus dat zogenaamde heksenvoer gaat er bij jou ook wel in".

Sinds het heksenfeestje op school, om het begin van de herfst te vieren, was Angelien helemaal in de ban van de heksen. Ze had geleerd dat er niet alleen maar boze toverheksen waren. Er waren ook goede heksen. En dat waren er veel meer dan dat er boze heksen waren. Gewoon lieve mensen die toevallig ook konden toveren. En dat wilde Angelien ook worden als ze later groot was: een goede heks. En als ze dan kon toveren dan zou ze alleen maar goede dingen doen met haar toverkunsten.

Met smaak at iedereen van het avondeten. Wat was dat toch allemaal lekker. Toen alles op was zei papa tegen mama: "Je hebt toch maar weer een heerlijke maaltijd op tafel getoverd, lieve vrouw". Verbaasd keek Angelien naar mama. Een maaltijd op tafel getoverd? Zou mama ook een heks zijn zonder dat Angelien dit van haar wist? Mama bloosde een beetje van het compliment van papa. "Help allemaal maar even mee met de boel op te ruimen en af te wassen," zei ze. "Ik kan tenslotte niet toveren".

Zingen

© 2019 Ton Huijsman - alle rechten

2. Het lied versieren

Heks 1
1 - voorblad
2 - Eerste twee regels (verbeterd)
3 - de volgende twee (verbeterd)
4 - Het derde stukje
5 - Het vierde stukje
6 - Het vijfde stukje
7 - Het slot van het liedje
previous arrow
next arrow
Heks 1
1 - voorblad
2 - Eerste twee regels (verbeterd)
3 - de volgende twee (verbeterd)
4 - Het derde stukje
5 - Het vierde stukje
6 - Het vijfde stukje
7 - Het slot van het liedje
previous arrow
next arrow
Shadow

1. Warm-up voor het spelen

01 - Leerlijn RV N1M2-front
01 - Leerlijn RV N1M2-Les 1
01 - Leerlijn RV N1M2-Les 2
01 - Leerlijn RV N1M2-Les 3
01 - Leerlijn RV N1M2-Les 4
previous arrow
next arrow
01 - Leerlijn RV N1M2-front
01 - Leerlijn RV N1M2-Les 1
01 - Leerlijn RV N1M2-Les 2
01 - Leerlijn RV N1M2-Les 3
01 - Leerlijn RV N1M2-Les 4
previous arrow
next arrow
Shadow

2. Spreektekst

Voorbereiding:
- Leer de spreektekst uit je hoofd
- Leg voor ieder kind 2 ritmestokjes op een tafel voor de klas klaar.

Spreek onderstaande spreektekst enige keren uit. Doe dit op een geheimzinnige manier (maak het spannend). De kinderen die de tekst helemaal kennen, komen voor de klas. Ze pakken een paar ritmestokjes en spelen, onder het uitspreken van de spreektekst, het ritme mee. Uiteindelijk staan alle kinderen voor, en aan de zijkanten van, de klas.

Herhaal de spreektekst een aantal keren terwijl de kinderen meedoen en meespelen. Tenslotte wordt alleen het ritme gespeeld; de kinderen doen de spreektekst 'van binnen' mee. Ondertussen lopen de kinderen terug naar hun plaats en gaan zitten. Als het ritmespel is afgelopen leggen ze de ritmestokjes neer (op hun tafel).

© 2019 Ton Huijsman

3. Klankspel hard/zacht

Waar is de bezem*? De heks moet hem gaan zoeken. Eén kind (de heks) gaat de klas uit. De bezem wordt in overleg met de kinderen verstopt. Het kind (de heks) wordt weer naar binnen gehaald. Hij moet de bezem zoeken door te luisteren naar het geluid van de ritmestokjes. De kinderen spelen zacht als de heks ver van de bezem weg is. Hoe dichter hij bij de sleutel komt, des te harder wordt er gespeeld.

*) = of een ander voorwerp dat gemakkelijker verstopt kan worden dan een bezem.

4. Toverwoorden memory

Voorbereiding
- Klaarleggen: allerlei verschillende percussie-instrumenten, voldoende voor alle kinderen.

Laat de kinderen eigen toverwoorden of toverspreuk verzinnen. Met welk ritme kun je je toverspreuk uitspreken? Laat ze hun toverspreuk spelen met spullen die in hun kastje of op hun tafeltje liggen. Ze mogen ook door de klas lopen en op het raam, de verwarming etc. tikken. Bij een tik op de triangel gaat iedereen weer op zijn stoel zitten en is stil. Vervolgens leg je het spel uit.

Het spel
- Twee of drie kinderen*) gaan de klas uit (ze mogen niet naar binnen kunnen gluren of kunnen luisteren).
- De kinderen in de klas (een even aantal) zoeken een speelmaatje (dus niet met een kind dat dichtbij zit of met het vaste 'eigen' maatje) en spreken met elkaar een toverspreuk af. Elk duo oefent even met elkaar zodat ze heel goed weten wát ze allebei spelen. De duo's laten vervolgens om de beurt het ritme van hun toverspreuk aan de klas horen. Zo kan worden vastgesteld of er geen doublures in de ritmes zijn. Tenslotte gaat iedereen weer op zijn plaats zitten.
- De kinderen die de klas verlaten hebben, worden weer binnen geroepen en gaan voor de klas staan. Om de beurt wijzen ze 2 kinderen aan die (na elkaar) hun samen afgesproken toverspreuk-ritme laten horen. Aan de quiz-spelers de taak om de juiste duo's bij elkaar te vinden. Als dit lukt dan gaan de 'gevonden' duo's bij degene staan die ze heeft gevonden. Wie van de twee quizkandidaten heeft de de meeste duo's gevonden?
- Herhaal het memory-spel met andere 'quiz-spelers'. De kinderen in de klas kiezen allemaal een andere speelpartner.

*)= Bij een even aantal leerlingen zijn er 2 quiz-spelers; bij een oneven aantal kinderen in de klas zijn er 3 quiz-spelers.

Met instrumenten
Zorg er voor dat je voldoende van dezelfde soort percussie instrumenten hebt; voldoende om er ieder kind een te geven. Bijvoorbeeld maracas, schudkokers, bellenkransen, schellenramen en tamboerijnen. Laat de kinderen eerst proberen of het ze lukt om enge of mysterieuze geluiden met hun instrument te maken. Misschien moet je zelf even wat voorbeelden ter inspiratie geven. Doe met de instrumenten het hierboven beschreven memory-spel.

1. De herfststorm

De Italiaanse componist Giachomo Antonia Rossini schreef de opera 'il barbiere de Sevilla'. In deze opera komt een storm voor die door het orkest gespeeld wordt. Er wordt dus niet bij gezongen. Luister naar het onderstaande geluidsbestand en maak vervolgens de opdrachten.

Download het werkblad:

Werkblad: 'De muziek van Rossini'
© 2019 Ton Huijsman

 

2. De tovenaarsleerling

De componist Paul Dukas schreef een muziekstuk met de naam De tovenaarsleerling. Walt Disney maakte er een filmpje van met Mickey Mouse in de hoofdrol. Bekijk het filmpje.

Opdrachten

  1. Schrijf op in 3 regels waarom het filmpje zo goed bij de muziek past. Begin met: 'Het filmpje past zo goed bij de muziek omdat ...'
  2. Schrijf een verhaal over de muziek en doe alsof je een sprookje schrijft. Begin met: 'Er was eens ...'