Volg de werkvormen zoals beschreven in de subtabs van de hoofdtabs Start, Kern en Afsluiting. Bekijk vooraf op tabblad filmzaal welke filmpjes je de kinderen zou willen aanbieden en invoegen in de lessen.

Les 1

Les 1: Lied & maatspel

Voorbereiden: leer het lied (tabblad Kern) uit je hoofd en lees de les door.Klaarzetten: klokkenspellen of tafelbellen, plastic bekers.

Start

  1. stem opwarmen - Loop door de klas langs de tafeltjes. Sla daarbij de maat op een trommel. De kinderen staan op, zodra je langs hun tafeltje loopt en lopen achter jou aan. Als de meer dan de helft van de kinderen in de 'slang' lopen begin je het lied te zingen; de kinderen echoën jou na tijdens het lopen. Volg verder de aanwijzingen die onder het lied beschreven staan.
  2. SolFa - Doe de korte warming-up (articulatie en resonans) en ga geleidelijk over tot de wisselzang (met handgebaren hoog/laag) met de tonen sol (zing: so) en mi. Vandaag moet de sol precies aangegeven worden: schouderhoogte.
  3. bodysounds - Hou de bodysounds simpel; niet meer dan twee verschillende geluiden met elkaar afwisselen (bijv: knie-klap of schouder-buik enz). Het aansluitende maatspel is alleen met stappen, klappen en met beide handen op de dijen tikken.

Kern

  1. Tabblad themalied - Leer de kinderen het themalied. met de bijpassende 'handletters' (zie afbeelding onderaan).
  2. tabblad ritme - ritmeslider: deel 1 (tweekwarts maat) hoofdstuk 1: Doe eerst vóór, de kinderen doen na.
    1. Ritme spreken.
    2. Ritme spreken met klappen.
    3. Ritme alleen klappen.
  3. Deel de bekers uit en herhaal hoofdstuk 1: deze keer spelen de kinderen met de bekers op hun tafeltje.
*)= Handletters i & k

Afsluiting

  1. tabblad opruimen - Zing het lied; de kinderen brengen de bekers naar voren en stapelen deze op elkaar.
  2. tabblad reflectieBespreek de +punten van de les
  3. tabblad slotlied - Zing het lied, de kinderen voeren de gezongen opdrachten uit.

Les 2

Les 2: Introductie triangel

Voorbereiden: Lees de les door.Klaarzetten: klokkenspelen of tafelbellen, plastic bekers, triangels.

Start

  1. stem opwarmen - Loop door de klas langs de tafeltjes. Sla daarbij de maat op een trommel. De kinderen staan op, zodra je langs hun tafeltje loopt, en lopen achter jou aan. Als de meer dan de helft van de kinderen in de 'slang' lopen begin je het lied te zingen; de kinderen echoën jou na tijdens het lopen. Volg verder de aanwijzingen die onder het lied beschreven staan.
  2. SolFa - Doe de korte warming-up (articulatie en resonans) en ga geleidelijk over tot de wisselzang (met handgebaren hoog/laag) met de tonen sol (zing: so) en mi. Vandaag moet de mi precies aangegeven worden: vóór het middenrif.
  3. bodysounds - Hou de bodysounds voorlopig nog simpel; niet meer dan twee verschillende geluiden met elkaar afwisselen. Het aansluitende maatspel het stappen, klappen en met beide handen op de dijen tikken verbeteren en consolideren.

Kern

  1. tabblad themalied - De kinderen zingen het lied met de 'nieuwe' bijpassende 'handletters' (zie afbeelding onderaan).
  2. tabblad bewegen - Leer de kinderen de 'steuntekst': 'ik ben ik, jij bent jij, ik en jij zijn samen: wij' volgens het aangegeven ritme van kwartnoten. Leer ze er tegelijkertijd de bijbehorende body sounds bij. Oefen even in paartjes. Zet vervolgens de audio aan; de kinderen spelen het klapspel in de maat. Bij de 'trappetjes' van het klokkenspel wisselen ze van partner.
  3. tabblad spelen - Volg de beschrijving op de bladzijde. Enkele kinderen mogen (bij de laatste keer) de ping op een triangel meespelen.
  4. tabblad ritme - ritmeslider: deel 1hoofdstuk 2.: Doe eerst vóór, de kinderen doen na.
    1. Ritme spreken.
    2. Ritme spreken met klappen.
    3. Ritme alleen klappen.
  5. Deel bekers uit en herhaal (3 van vorige) en herhaal het bovenstaande; de kinderen spelen de ritmes met de bekers op hun tafeltje Speel zelf (als voorbeeld) de kwartnoten (lang) op een triangel. Als er tijd over is mogen een aantal kinderen dit laatste met een triangel de lange noten spelen.
*)= Handletters M & S

Afsluiting

Herhaal de werkvormen van de vorige les (Les 1). Probeer te verbeteren ten opzichte van de vorige les.

Les 3

Les 3: Introductie claves

Voorbereiden: Lees de les door.Klaarzetten: klokkenspelen of tafelbellen, claves, triangels, trommen.

Start

  1. stem opwarmen - Loop door de klas langs de tafeltjes. Sla daarbij de maat op een trommel. De kinderen staan op, zodra je langs hun tafeltje loopt, en lopen achter jou aan. Als de meer dan de helft van de kinderen in de 'slang' lopen begin je het lied te zingen; de kinderen echoën jou na tijdens het lopen. Volg verder de aanwijzingen die onder het lied beschreven staan.
  2. SolFa - Doe de korte warming-up (articulatie en resonans) en ga geleidelijk over tot de wisselzang (met handgebaren hoog/laag) met de tonen sol (zing: so) en mi. Vandaag moet de mi precies aangegeven worden: vóór het middenrif.
  3. bodysounds - Hou de bodysounds voorlopig nog simpel; niet meer dan twee verschillende geluiden met elkaar afwisselen. Het aansluitende maatspel het stappen, klappen en met beide handen op de dijen tikken verbeteren en consolideren.

Kern

  1. tabblad themalied - De kinderen zingen het lied met de 'nieuwe' bijpassende 'handletters' (zie afbeelding onderaan). De kinderen spelen het maatspel van tabblad bewegen als tussenspel.
  2. tabblad spelen - Herhaal het triangelspel van de vorige keer met 'nieuwe' spelers. Deel vervolgens claves/ritmestokjes uit. De klas speelt mee met het tikken op de typemachine. Enkele kinderen mogen de ping op een triangel meespelen. Let op: bij de 'ping' van de triangels zijn de claves stil.
  3. tabblad ritme - ritmeslider: deel 1 - Neem de hoofdstukken 1 en 2 vlot door (meteen spelen). Nieuw is hoofdstuk 3: Doe eerst vóór, de kinderen doen na.
    1. Ritme spreken.
    2. Ritme spreken met klappen.
    3. Ritme alleen klappen.
  4. Deel bekers uit en herhaal (3 van vorige) en herhaal het bovenstaande; de kinderen spelen de ritmes met de bekers op hun tafeltje Speel zelf (als voorbeeld) de kwartnoten (lang) op een triangel. Als er tijd over is mogen een aantal kinderen dit laatste met een triangel de lange noten spelen.
  5. tabblad bekerdrum - Voer de beschreven werkvorm uit
  6. tabblad luisteren Voer de beschreven werkvorm uit
*)= Handletters A, P & E

Afsluiting

Herhaal de werkvormen van Les 1. Probeer te verbeteren ten opzichte van de vorige les.

stem opwarmen
© 2021 Ton Huijsman

De melodie van dit lied is slechts een voorbeeld; improviseer op de tonen sol (='so') en mi. Houd wel het laatste stukje '.....bijna op onze plek, blijf maar staan en doe mij na' aan.

solfa
  1. Ga in de zanghouding staan (rechtop, de voeten iets van elkaar, de knieën ietsje gebogen en leunen op de voorvoet, de armen hangen losjes langs het lichaam, het hoofd recht; de kruin 'alsof je hoofd aan een draadje zit').
  2. Neurie zacht een toon en nodig de kinderen uit met je mee te zingen.
  3. Zing enkele stijgende en dalende glissando's op 'noe, maa, zaa' enz.
  4. Zing idem glissando's met medeklinkers 'mmm, rrr, LLL' enz.
  5. Werk aan onderstaande SolFa inzingers:
© 2021 Ton Huijsman

Bovenstaande vóór- en názingers dienen slechts als voorbeeld. Improviseer zelf motiefjes en fragmenten op de tonen sol (='so') en mi. Het is belangrijk de de kinderen de handgebaren leren door ze bij het zingen mee te doen.

bodysounds

maatspel

  1. Maatspel Ostinato in vierkwarts maat (ritme: zie afbeelding).
    1. Voorwaarts:
      1. Stap + (later) in de handen één klap
      2. Sluitpas
    2. Achterwaarts:
      1. Stap + (later) met beide handen een tik op de dijen (of heupen).
      2. Sluitpas
  2. Met de muziek mee: Zet het onderstaande audiobestand aan en voer het bovenstaande maatspel tegelijk. Let op het tempo; de muziek herhaald zich in een accelarando (geleidelijke versnelling).
Ostinato maatritme

themalied
© 2020 Ton Huijsman

Meer te leren letters:

  • m is de ... letter die ik leer, dat zijn er nu al ..., maar er zijn er nog veel meer.
  • r is de ... letter
  • v is de ... letter
  • aa zijn twee letters samen die ik leer,
  • p is de ... letter
  • e is de ... letter

bewegen

Maatspel

maatspel
© 2021 Ton Huijsman
  • Opstelling: de kinderen staan tegenover elkaar met de gezichten naar elkaar toe.
  • Uitvoering bij de eerste les:
    1. Leer aan de kinderen de spreektekst.
    2. Vervolgens gaan de kinderen achter hun stoel staan en voeren de spreektekst met de bodysounds uit.
    3. Ten slotte gaan de kinderen tegenover (twee aan twee) staan en voeren de spreektekst met de bodysounds uit; bij jij en wij klappen ze bij elkaar in de handen.
    4. Telkens wanneer de 'trappetjes' omhoog en omlaag klinken (op het klokkenspel) zoeken de kinderen een ander maatje waarna het maatspel opnieuw wordt uitgevoerd.
  • Vervolglessen
    1. Voer het maatspel in eerste instantie uit zoals bij punt 4 van de eerste les beschreven is.
    2. Deel instrumenten (zoals bij het maatspel beschreven) uit aan de helft van de groep (speel zelf op de trom). Het 'orkest' speelt bij ik, jij en wij . De overige kinderen voeren het maatspel met de bodysounds uit.
    3. Wissel het orkest met de maatspelers.
ritme
Ritmetraining niveau 1
Swipe om naar de volgende dia te gaan
ritme punt-streep deel 1 front
Legenda punten en strepen
ritme punt-streep deel 1 hoofdstuk 1
ritme punt-streep deel 1 hoofdstuk 2
ritme punt-streep deel 1 hoofdstuk 3
ritme punt-streep deel 2 front
ritme punt-streep deel 2 uitleg
ritme punt-streep deel 2 hoofdstuk 1
ritme punt-streep deel 2 hoofdstuk 2
ritme punt-streep deel 2 hoofdstuk 3
ritme punt-streep deel 3 front
ritme punt-streep deel 3 uitleg ritmetaal
ritme punt-streep deel 3 uitleg
ritme punt-streep deel 3 hoofdstuk 1
ritme punt-streep deel 3 hoofdstuk 2
ritme punt-streep deel 3 hoofdstuk 3
previous arrowprevious arrow
previous arrowprevious arrow
next arrownext arrow
next arrownext arrow
ritme punt-streep deel 1 front
Legenda punten en strepen
ritme punt-streep deel 1 hoofdstuk 1
ritme punt-streep deel 1 hoofdstuk 2
ritme punt-streep deel 1 hoofdstuk 3
ritme punt-streep deel 2 front
ritme punt-streep deel 2 uitleg
ritme punt-streep deel 2 hoofdstuk 1
ritme punt-streep deel 2 hoofdstuk 2
ritme punt-streep deel 2 hoofdstuk 3
ritme punt-streep deel 3 front
ritme punt-streep deel 3 uitleg ritmetaal
ritme punt-streep deel 3 uitleg
ritme punt-streep deel 3 hoofdstuk 1
ritme punt-streep deel 3 hoofdstuk 2
ritme punt-streep deel 3 hoofdstuk 3
previous arrow
next arrow
Shadow

2. La Roseille (estampita)

Met de muziek meespelen met een vast ritme

  1. Kies uit een van de bovenstaande dia's een woordenpaar met het ritme kort-kort-lang 
  2. Oefen dit ritme enige keren met declamatie en body sounds. Herhaal zonder onderbreking.
  3. Speel met dit ritme vervolgens met het onderstaande audiobestand mee. Als de muziek stopt, stopt ook het ritme.
  4. Verdeel de klas in 3 groepen; een houtgroep* (kort-kort), een metaalgroep* (lang) en een bodysoundgroep (het hele ritme: dij-dij-klap). De kinderen spelen met het audiobestand mee.
  5. Wissel de instrumenten/groepen en herhaal de werkvorm.
  • houtgroep = claves, woodblock, ritmestokjes, boomwhackers
  • metaalgroep = triangel, tamboerijn, beatring, schellenraam, tafelbellen.
spelen

De typemachine

Filmpje: TYPEWRITER

Speel het filmpje 3 keer af. Geef daarbij de volgende opdrachten:

  1. Vertel de kinderen dat ze naar een filmpje gaan kijken. Zeg dat je ze na het kijken 2 vragen stelt: (1) 'Wat heb je gezien?' en (2) 'Wat heb je gehoord?' Vertel na het kijken wat je weet over zo'n ouderwetse typmachine. Wijs ze er ook op hoe de solist de duidelijk hoorbare 'ping' veroorzaakt (hij tikt met zijn rechterhand op een speciale ping-toets).
  2. De kinderen doen bij iedere ping (in het filmpje) mee door op het juiste moment 'ping' te roepen. Ze letten daarbij goed op de rechterhand van de solist en luisteren tegelijk naar de muziek.
  3. Enkele kinderen (jarige, kinderen die goed hun best hebben gedaan) krijgen een triangel en gaan achterin de klas staan, waar ze het bord goed kunnen zien. Zij spelen op de triangel bij de 'ping' van het filmpje. De rest van de klas klapt, net als de vorige keer, in de handen bij de 'ping'.
luisteren

Luisterquiz

Vertel:De componist Gustav Mahler schreef muziek voor grote orkesten. Je hoort straks een stukje uit een compositie van hem. Het is een droevig gemaakt, bekend kinderliedje.

Vraag: Welk kinderliedje is het?

De kinderen die het liedje hebben herkend mogen het 'echte' liedje zingen.

 

reflectie
  • Wat ging er in deze les allemaal goed?
  • Wat zou er beter kunnen?
  • Zullen we daar, de volgende keer, allemaal op letten?
tot ziens!

© 2021 Ton Huijsman

Themalied

Maatspel